Onderwijs, cultuur, kunst en wetenschap
Vrijheid door vorming, verbeelding en kennis

Samenvatting
Hart voor Vrijheid kiest voor vrije vorming vanaf de start: ouders krijgen zes maanden verlof en kinderopvang wordt vanaf zes maanden toegankelijk, met vanaf twee jaar minimaal twee dagen per week opvang voor ieder kind, gratis voor lage inkomens en met strenge kwaliteitsbewaking. Scholen worden weer klein en toegankelijk, zonder ouderbijdrage en met gratis leermiddelen, kleuterklassen krijgen een leraar én een assistent, er komt meer ruimte voor kunst, sport en schoolzwemmen, en thuisonderwijs wordt erkend mits basisvaardigheden geborgd zijn. Hoger onderwijs wordt drempelloos met collegegeld naar draagkracht, een structurele basisbeurs, meer begeleiding in plaats van selectiedruk, sterke medezeggenschap en levenslang leren als vanzelfsprekendheid. Wetenschap, cultuur en media worden weer werkelijk vrij door miljarden extra in onafhankelijk onderzoek te investeren, het cultuurbudget te verhogen naar 1% van de Rijksbegroting, musea gratis toegankelijk te maken voor inwoners en een anticensuurwet in te voeren die pluriformiteit en kritische journalistiek beschermt.
Vrije vorming vanaf de start: Ouders krijgen zes maanden verlof en kinderopvang wordt vanaf zes maanden toegankelijk. Vanaf twee jaar heeft ieder kind recht op minimaal twee dagen opvang, gratis voor lage inkomens, met kleine groepen en strenge kwaliteitsbewaking.
Scholen klein en toegankelijk: Ouderbijdragen verdwijnen en leermiddelen worden gratis verstrekt. Kleuterklassen krijgen een leraar én een assistent, er komt meer ruimte voor kunst, sport en schoolzwemmen, en thuisonderwijs wordt erkend met onafhankelijke toetsing en gratis leermiddelen.
Hoger onderwijs zonder drempels: Collegegeld wordt naar draagkracht berekend en de basisbeurs blijft. Studenten krijgen meer begeleiding in plaats van bindende selectiedruk, sterke medezeggenschap versterkt de universiteit als gemeenschap en levenslang leren wordt een recht.
Vrije wetenschap, cultuur en media: Er komen miljarden extra voor onafhankelijk onderzoek, het cultuurbudget stijgt naar 1% van de Rijksbegroting en musea worden gratis voor inwoners. Zelfstandige kunstenaars krijgen directe steun, er komt een anticensuurwet en de publieke omroep richt zich op educatie en pluriformiteit.
Vorming en vrijheid
Onderwijs, kunst, wetenschap en religie vormen samen de ziel van een samenleving. Zij bepalen hoe een mens opgroeit, hoe een gemeenschap zichzelf begrijpt en hoe een cultuur haar horizon opent. Hart voor Vrijheid gelooft dat werkelijk onderwijs niet begint bij cijfers of schema’s, maar bij resonantie: het moment dat een kind geraakt wordt door kennis die niet van buitenaf wordt opgedrongen, maar van binnenuit betekenis krijgt.
De Duitse denker Wilhelm von Humboldt noemde dit Bildung: de brede vorming van mens en geest1, 8. Paulo Freire sprak van bewustwording5 ,Vygotsky van de kracht van sociaal leren4 ,Piaget van ontwikkeling door spel en ervaring3. Allemaal wezen zij op hetzelfde fundament: leren is geen opsomming van feiten, maar een proces waarin vrijheid en verantwoordelijkheid samenvallen.
Een samenleving die haar kinderen reduceert tot cijfers en haar docenten tot managers, verliest haar ziel. Daarom kiest Hart voor Vrijheid voor een andere koers: een samenleving waarin onderwijs, cultuur, wetenschap en religie niet dienen om te beheersen, maar om vrij te maken.
Kinderopvang: fundament van kansengelijkheid
De eerste levensjaren leggen de basis voor de rest van een leven. Daarom moet kinderopvang niet worden gezien als bijzaak of marktproduct, maar als publieke voorziening. Elk kind krijgt recht op kwalitatief hoogwaardige opvang, die niet afhankelijk is van inkomen of postcode.
Bevallingsverlof wordt verlengd naar zes maanden, waarbij ouders vrij zijn dit onderling te verdelen. Kinderopvang start vanaf zes maanden, en vanaf twee jaar krijgt ieder kind recht op minimaal twee dagen per week opvang, gratis voor lage inkomens. Peuterspeelzalen blijven laagdrempelige voorzieningen waar ieder kind welkom is.
Om de kwaliteit te verbeteren wordt de beroepskracht-kindratio hersteld, zodat groepen niet te groot worden en pedagogisch medewerkers tijd en aandacht hebben voor elk kind. Het personeelstekort wordt aangepakt door betere beloning, meer waardering en landelijke wervingscampagnes. Daarnaast wordt het toezicht verscherpt om veiligheid en kwaliteit te waarborgen.
Onderwijs van basisschool tot middelbaar
Scholen dienen veilige gemeenschappen te zijn waar kinderen niet worden uitgesloten door ouderbijdragen of financiële barrières. Daarom schaffen wij de vrijwillige ouderbijdrage af en worden alle noodzakelijke boeken, devices en leermiddelen gratis verstrekt. Onderwijs wordt naar draagkracht gefinancierd, zodat het recht op onderwijs werkelijk voor ieder kind geldt. De overheid schept hiervoor de randvoorwaarden, maar de aard van het onderwijs en de pedagogische invulling blijven in handen van scholen en ouders.
We kiezen voor kleinere scholen en intensiever contact tussen leerlingen en docenten. De fusiegolf van de afgelopen decennia, die leidde tot anonieme leerfabrieken, wordt teruggedraaid. In kleuterklassen staan altijd een docent en een onderwijsassistent samen voor de groep. Instroom vindt plaats rond vijf jaar, beter aansluitend op de ontwikkeling van het brein, en met veel ruimte voor spel, beweging en ontdekking. Daarmee geeft de overheid richting aan de structuur en toegankelijkheid van het onderwijs, maar zonder de inhoudelijke visie van scholen te beperken.
Het curriculum wordt breder: naast taal en rekenen waarborgt de overheid ook basiskennis van kunst, muziek, techniek en maatschappelijke vakken zoals staatsinrichting, arbeid en inkomen, gezondheidsleer, mediawijsheid en levensbeschouwing. Sport en bewegen zijn essentieel: kinderen dienen minimaal drie uur sport per week te krijgen en schoolzwemmen wordt opnieuw ingevoerd. Binnen dit kader behouden scholen de vrijheid om eigen keuzes te maken en hun eigen pedagogische accenten te leggen, zodat brede vorming wordt gestimuleerd zonder dat onderwijs in een keurslijf wordt geduwd.
Basisscholen worden bovendien gestimuleerd om zich te ontwikkelen tot brede scholen, waar kunst, cultuur en sportactiviteiten een vanzelfsprekend onderdeel van het programma zijn. Zo wordt buitenschoolse opvang minder noodzakelijk en krijgen kinderen een rijkere vorming. Het gaat hier om stimulering en facilitering door de overheid, niet om dwingende voorschriften voor de aard van het onderwijs.
Bijzonder onderwijs blijft een grondrecht. Alle scholen, of ze nu een religieuze of pedagogische grondslag hebben, blijven toegankelijk voor iedere leerling. Identificatieverklaringen of andere vormen van uitsluiting zijn daarbij niet toegestaan. Zo bewaakt de overheid het principe van toegankelijkheid en gelijke kansen, maar bemoeit zij zich niet met de ideologische richting of identiteit van scholen.
Thuisonderwijs dient in Nederland volwaardig erkend en verruimd te worden als legitieme keuze voor ouders. Waar de huidige wetgeving dit vrijwel onmogelijk maakt, pleiten wij voor een systeem waarin ouders vrij zijn om hun kinderen zelf onderwijs te geven, mits de basisvaardigheden geborgd blijven. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat thuisonderwijs gemiddeld gelijkwaardige of soms zelfs betere resultaten oplevert in taal en rekenen dan regulier onderwijs, vooral wanneer ouders gemotiveerd en goed toegerust zijn17, 18. Tegelijkertijd wijzen studies op risico’s: ongelijkheid, hiaten in de basisvakken en het ontbreken van didactische expertise19. Deze nadelen kunnen worden ondervangen door jaarlijkse of tweejaarlijkse onafhankelijke toetsmomenten, toegang tot gratis leermiddelen en waar nodig begeleiding door onderwijsprofessionals. De overheid dient de basis te bewaken, maar laat ouders vrij in pedagogische aanpak en levensbeschouwelijke invulling. Zo blijft het recht op onderwijs voor ieder kind gewaarborgd, terwijl vrijheid en diversiteit in onderwijs worden gerespecteerd.

Onderwijs, identiteit, seksuele ontwikkeling en maatschappelijke neutraliteit
Een samenleving die religie en levensbeschouwing negeert, verarmt spiritueel en cultureel. Daarom pleiten wij voor brede aandacht in het onderwijs: kinderen kunnen spelenderwijs kennismaken met verschillende religies en levensvisies, zonder dat een overtuiging wordt opgelegd. Neutraliteit staat daarbij centraal. Het doel is niet bekering, maar het bevorderen van begrip en respect.
Mindfulness en eenvoudige bewustzijnsoefeningen kunnen in het curriculum een plaats krijgen, omdat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat mindfulness stress vermindert en concentratie verhoogt9. Doordat deze oefeningen neutraal en universeel zijn, versterken zij de vrijheid en weerbaarheid van kinderen in een pluriforme samenleving. Religie en levensbeschouwing worden zo geen bron van conflict, maar een uitnodiging tot verbinding.
Aan de andere kant dient het onderwijs kinderen ook te beschermen tegen ideologische indoctrinatie, bijvoorbeeld op het gebied van gender en identiteit. Lesmateriaal behoort uit te gaan van biologische feiten en ruimte te bieden voor debat en meningsvorming, maar niet voor propaganda of sturing. Commerciële belangen, zoals lobbygroepen rond gendertransities, horen geen plaats te hebben in het klaslokaal. Seksuele voorlichting kan op een gepast moment worden aangeboden, bijvoorbeeld vanaf circa 12 à 13 jaar, in een leeftijdsadaptieve opbouw waarin het onderwerp stapsgewijs en respectvol wordt behandeld, zodat leerlingen de juiste informatie krijgen op een moment dat ze er cognitief en emotioneel aan toe zijn20.
Tijdens de coronacrisis bleek hoe kwetsbaar onderwijs kan zijn voor politieke beïnvloeding. Ook daarna is duidelijk geworden hoe ideologische agenda’s steeds nadrukkelijker in scholen aanwezig zijn. Waar onderwijs kinderen zou moeten leren zelfstandig te denken, krijgen zij in toenemende mate signalen en lesmateriaal aangereikt die eenzijdige visies als vanzelfsprekend presenteren.
Soms is dat zichtbaar in de schoolomgeving: vlaggen, symbolen en campagnes die niet slechts informeren, maar een bepaalde politieke en morele agenda uitdragen. In andere gevallen gebeurt het subtieler, via toetsen en examens. Leerlingen krijgen in hun luister- of leesteksten verbanden voorgeschoteld, bijvoorbeeld tussen klimaatverandering en natuurrampen, die niet ter discussie staan maar als onweerlegbaar feit worden gebracht. In essays en debatten worden begrippen als nationalisme of patriottisme vaak uitsluitend negatief gekleurd, terwijl de mogelijkheid tot een ander perspectief ontbreekt.
Ook in actuele thema’s klinkt deze sturing door. In opdrachten over vaccindistributie werd uitgegaan van het uitgangspunt dat vaccins vanzelfsprekend positief en noodzakelijk waren. Bij onderwerpen over lockdowns lag de nadruk op persoonlijke verhalen van gemis en verdriet, zonder dat de fundamentele vraag werd gesteld of de maatregelen zelf proportioneel of verantwoord waren. Zo wordt het kader van wat bespreekbaar is impliciet begrensd.
Zelfs bij ogenschijnlijk open opdrachten is die sturing merkbaar. Een schrijfopdracht over de verwijdering van Donald Trump van Twitter stelde de vraag of dit gerechtvaardigd was, maar vrijwel alle leerlingen concludeerden dat censuur terecht was, omdat Trump een gevaarlijk figuur zou zijn. Kritische reflectie op vrijheid van meningsuiting of het risico van digitale censuur kwam nauwelijks aan bod.
Onderwijs moet feiten en uiteenlopende perspectieven aanreiken, maar mag nooit bepalen welke politieke of maatschappelijke opvattingen legitiem zijn en welke niet. Wanneer scholen aannames en ideologie presenteren als objectieve waarheid, verliezen leerlingen de kans om werkelijk kritisch te leren denken. Alleen door neutraliteit en openheid te waarborgen, leren kinderen en jongeren zelfstandig afwegingen maken in een pluriforme samenleving31.
Hoger onderwijs en levenslang leren
Hoger onderwijs mag nooit een privilege zijn dat slechts voor enkelen bereikbaar is. Toegang tot universiteit en hogeschool moet afhangen van talent en inzet, niet van de dikte van de portemonnee van ouders. Daarom wordt het collegegeld naar draagkracht berekend. Studenten uit gezinnen met een lager inkomen hoeven daardoor geen financiële drempels te ervaren, terwijl meer draagkrachtige huishoudens naar verhouding een hogere bijdrage leveren. Zo wordt het recht op onderwijs werkelijk eerlijk verdeeld.
De basisbeurs, die inmiddels opnieuw is ingevoerd, wordt structureel gegarandeerd en waar nodig uitgebreid. Het uitgangspunt is dat studenten hun studie kunnen volgen zonder torenhoge schulden op te bouwen. Studeren is een investering in de toekomst van zowel het individu als de samenleving, en die investering moet collectief gedragen worden.
Maar financiële toegankelijkheid alleen is niet genoeg. Studenten hebben recht op persoonlijke begeleiding. Te vaak zijn studiekeuze, scriptiebegeleiding en stages nu afhankelijk van toevallige omstandigheden of beperkt beschikbare docenten. Universiteiten en hogescholen krijgen daarom de plicht om deze begeleiding structureel en kwalitatief te verbeteren. Het bindend studieadvies, dat studenten onder druk zet en hen afrekent op vroege prestaties, wordt afgeschaft. Onderwijsinstellingen moeten zich richten op het ondersteunen van studenten om hun talenten te ontwikkelen en hun diploma te behalen, niet op het selecteren of afschrijven van wie niet direct in het keurslijf past.
Daarnaast krijgen studenten en docenten meer invloed op het beleid van hun instellingen. Een gezonde universiteit is geen bedrijf, maar een gemeenschap van leren. Bestuurders zijn er om onderwijs en onderzoek te faciliteren, niet om managementdoelen na te jagen. Sterke medezeggenschap en medebestuur zijn cruciaal om academische vrijheid en inhoudelijke kwaliteit te bewaken.
Tot slot stopt leren niet bij het behalen van een diploma. In een samenleving die snel verandert, moet levenslang leren de norm zijn. Volwasseneneducatie en vaardigheidscursussen worden daarom breed toegankelijk gemaakt. Daarmee krijgt iedereen de kans om zich ook later in het leven te blijven ontwikkelen, of het nu gaat om bijscholing, omscholing of persoonlijke groei7. Zo bouwen we aan een samenleving waarin kennis en ontwikkeling niet ophouden bij de jeugd, maar een levenslange reis vormen.
Wetenschap en kennissamenleving
Nederland wil een kennisland zijn, maar de onafhankelijkheid van wetenschap staat steeds vaker onder druk. Waar onderzoek zich in vrijheid moet kunnen ontwikkelen, zien we hoe economische en ideologische krachten de agenda bepalen. Grote technologiebedrijven en farmaceutische concerns sturen met hun financiële macht onderzoeksprogramma’s in een richting die vooral hun eigen belangen dient. Daarom is het noodzakelijk miljarden extra te investeren in publieke fondsen en onderzoeksinstituten, zodat wetenschap niet langer afhankelijk is van commerciële financiering. Onafhankelijke panels van wetenschappers, die regelmatig rouleren, beoordelen onderzoeksvoorstellen en houden toezicht op de integriteit van het proces. Zo wordt voorkomen dat economische belangen de toon zetten6.
Maar bedreigingen komen niet alleen van buiten, ook van binnenuit staat de academische vrijheid onder druk. Steeds vaker worden onderzoekers en docenten beoordeeld op hun politieke conformiteit in plaats van hun wetenschappelijke kwaliteit. Het voorbeeld van Laurens Buijs, docent aan de Universiteit van Amsterdam, spreekt boekdelen: omdat hij weigerde het zogenoemde woke-gedachtegoed volledig te omarmen en vasthield aan het biologisch feit dat er slechts twee seksen bestaan, werd hij geconfronteerd met intimidatie en sociale uitsluiting. In hetzelfde Folia-artikel waarin hij deze kritiek uitte, stelde hij zich bovendien kritisch op tegenover de nieuwe vaccinatietechnologie en de invoering van de QR-pas tijdens de coronacrisis10. Dat zulke legitieme vragen niet leiden tot debat, maar tot klachtenprocedures en schorsingen11, 12,is ronduit stuitend. Het is waanzin dat een wetenschapper niet kritisch mag zijn tegenover een medische technologie die nog maar kort bestond en waarvan de langetermijnrisico’s onduidelijk waren. Inmiddels is het vermoeden bovendien zeer aannemelijk dat er een causaal verband bestaat tussen de aanhoudende oversterfte en ondergeboorte en het grootschalige gebruik van deze vaccins, zoals uitvoerig beschreven in het hoofdstuk Corona.
Deze problematiek staat niet op zichzelf. Al jaren waarschuwt John Ioannidis, een van de meest geciteerde medische wetenschappers ter wereld, dat het grootste deel van de biomedische literatuur onbetrouwbaar is. In zijn baanbrekende analyse liet hij zien dat naar schatting 80% van de medisch-biologische onderzoeken niet repliceerbaar is, omdat methodologie, belangenverstrengeling en publicatiedruk de uitkomsten structureel beïnvloeden13. Juist dit gegeven maakt duidelijk dat kritisch debat en herhaald onderzoek geen luxe zijn, maar een absolute voorwaarde voor wetenschappelijke betrouwbaarheid.
Daarom moeten universiteiten opnieuw bolwerken van vrije meningsvorming en kritisch debat worden. Waar fundamenteel onderzoek zich richt op het vergroten van onze kennis over mens en natuur, verdient ook toegepast onderzoek structurele steun. Beroepspraktijkonderzoek, technologische innovatie en onderzoeksjournalistiek leveren directe bijdragen aan de samenleving, zowel in economische ontwikkeling als in democratische controle.
Onafhankelijke kennis is geen luxe, maar een fundament voor een gezonde democratie. Zij beschermt tegen manipulatie, doorbreekt groepsdenken en opent de ruimte voor waarachtig inzicht. Alleen door wetenschap te bevrijden uit de greep van economische belangen en ideologische dwang kan Nederland werkelijk een kennisland zijn.
Kunst, cultuur en erfgoed
Kunst is geen luxe, maar een levensvoorwaarde. Zij voedt de ziel, opent de verbeelding en houdt een vrije samenleving een spiegel voor. In tijden van technocratische druk en economische reductie biedt kunst ruimte voor reflectie, verbondenheid en kritische verbeelding. Zij stelt ons in staat niet alleen te consumeren, maar ook te denken, voelen en betekenis te scheppen.
Toch worden kunstenaars vaak over het hoofd gezien, terwijl grote instituten met de broodnodige middelen worden gevoed. Dat moet anders. Daarom pleiten we voor het verhogen van het cultuurbudget naar het Europese niveau van 1 % van alle overheidsuitgaven – een stevige, politieke keuze die creativiteit als publieke taak erkent, niet als luxe. Het merendeel van deze middelen komt direct bij kunstenaars en hun projecten terecht, zodat experiment, vernieuwing en makerskracht weer centraal komen te staan.
Internationale voorbeelden illustreren de potentie van een toegankelijke cultuur:
- In het Verenigd Koninkrijk werd in 2001 het beleid ingevoerd om nationale musea gratis toegankelijk te maken voor iedereen. Dit beleid, dat het publiek belang boven commerciële motieven plaatst, heeft de publieksbereikbaarheid sterk vergroot en culturele inclusie bevorderd14.
- In Duitsland steeg de overheidsuitgave aan cultuur naar circa 0,43 % van het bruto binnenlands product (in 2020), een duidelijke toename ten opzichte van 0,35 % in 2017. Dit illustreert een gedragsverandering waarbij de staat cultuur structureel als prioriteit erkent15.
- Frankrijk investeerde in 2023 een recordbedrag van €4,2 miljard in culturele activiteiten, waarmee het land zijn toewijding aan kunst en erfgoed onderstreept16.
In die geest, en los van instituten, worden musea gratis toegankelijk voor inwoners. Toeristen betalen het reguliere tarief; dit zorgt voor een eerlijke balans tussen toegankelijkheid en financiering. Podiumkunsten worden aantrekkelijker gemaakt door gereduceerde tarieven, zodat iedereen toegang heeft tot theater, muziek, dans en andere collectieve ervaringen.
Ook ons cultureel erfgoed moet publiek zijn. Historische archieven, die herinneringen en verhalen uitdragen, worden opengesteld en gedigitaliseerd. Zij zijn gemeenschappelijk bezit, en iedereen verdient toegang tot de bronnen van onze geschiedenis, zodat we vrij én bewust onze toekomst vormen8.
Media en vrijheid van meningsuiting
Vrijheid van meningsuiting is een fundament van democratie. De coronacrisis en het Oekraïne-conflict hebben laten zien hoe eenzijdig en gesloten het medialandschap kan functioneren. Kritische stemmen kregen nauwelijks ruimte, terwijl internetplatforms censuur oplegden onder het mom van ‘desinformatie’.
Hart voor Vrijheid stelt een Anticensuurwet voor die vrijheid van meningsuiting, ook online, garandeert. Overheden en platforms mogen geen politieke meningen blokkeren. De bestrijding van zogenaamde ‘desinformatie’ door de overheid wordt afgeschaft, omdat dit te snel leidt tot censuur en machtsmisbruik.
De publieke omroep krijgt een nieuwe oriëntatie: zij moet zich richten op educatie, pluriformiteit en maatschappelijke verdieping. Amusement hoort thuis in de commerciële sector. Onderzoeksjournalistiek en kritische pers krijgen steun, zodat het maatschappelijk debat levendig en veelzijdig blijft.
Kostenraming onderwijs, wetenschap, kunst en cultuur
Investeren in onderwijs en cultuur is investeren in de toekomst. In Nederland gaat al een aanzienlijk deel van de Rijksbegroting naar het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW): in 2025 bedraagt de totale OCW-begroting circa € 57,6 miljard21. Hiervan gaat ongeveer € 16,3 miljard naar het primair onderwijs en € 11,8 miljard naar het voortgezet onderwijs22. Het hoger onderwijs en onderzoek ontvangen samen ruim € 7 miljard, terwijl voor cultuur en media slechts € 1,4 miljard beschikbaar is23.
De beleidsplannen van Hart voor Vrijheid vragen om een duidelijke heroriëntatie en extra investeringen. Op basis van internationale referenties en Nederlandse cijfers is de volgende raming te maken:
- Gratis leermiddelen en devices: Momenteel betalen ouders vaak honderden euro’s per jaar. Bij circa 1,5 miljoen leerlingen in basis- en voortgezet onderwijs en een gemiddelde kostprijs van € 300–500 per leerling betekent dit een extra last van € 450–750 miljoen per jaar24.
- Afschaffing vrijwillige ouderbijdrage: Dit betreft een jaarlijkse opbrengst van ongeveer € 180 miljoen, die volledig door de overheid zou moeten worden overgenomen25.
- Docent + assistent in kleuterklassen: Uitgaande van 100.000 kleutergroepen en een extra halve fte per groep à € 50.000 per fte, komt dit neer op circa € 2,5 miljard per jaar26.
- Sport en schoolzwemmen: Extra lestijd, accommodaties en vervoer vergen waarschijnlijk enkele honderden miljoenen. Een redelijke schatting is € 200–400 miljoen per jaar27.
- Brede scholen met kunst en cultuur: Integratie van cultuur en sport in het dagelijks onderwijs kan oplopen tot € 300–500 miljoen per jaar, afhankelijk van de mate van ondersteuning28.
- Thuisonderwijs met toetsing en leermiddelen: Het opzetten van onafhankelijke toetsmomenten en begeleiding zal beperkt zijn, geschat op € 50–100 miljoen per jaar29.
- Cultuurbudget naar 1% van de Rijksbegroting: Dit is een beleidskeuze die structureel circa € 1 miljard extra per jaar kost30.
Totaalbeeld
Bij elkaar opgeteld komt de extra investering uit op € 4,7 à 5,7 miljard per jaar. Dat is een verhoging van ongeveer 8 à 10% van de huidige OCW-begroting. In verhouding tot de totale Rijksbegroting van circa € 500 miljard is dit ongeveer 1%.
Conclusie
Deze verhoging is aanzienlijk, maar ook gerechtvaardigd. Onderwijs en cultuur zijn niet slechts uitgaven, maar structurele investeringen in de kwaliteit van de samenleving. Goed opgeleide, creatieve en kritische burgers zijn de beste garantie voor een vrije en welvarende toekomst. Hart voor Vrijheid kiest er daarom bewust voor dit budget uit te breiden, in lijn met het idee dat de ziel van een samenleving wordt gevormd door onderwijs, wetenschap, kunst en cultuur.
Beleidsvoorstellen
Kinderopvang en vroege ontwikkeling
- Kinderopvang vanaf zes maanden: Ouders krijgen zes maanden verlof, daarna start kinderopvang. Vanaf twee jaar krijgt ieder kind minimaal twee dagen per week opvang, gratis voor lage inkomens. Zo wordt kansengelijkheid bevorderd en wordt het personeelstekort beter beheersbaar.
- Bevallingsverlof van zes maanden: Ouders krijgen samen zes maanden verlof, flexibel te verdelen. Zo krijgen kinderen de best mogelijke start en worden ook vaders actief betrokken bij de eerste levensfase.
- Peuterspeelzalen laagdrempelig en toegankelijk: Peuterspeelzalen blijven plekken waar kinderen spelenderwijs leren en waar ouders elkaar ontmoeten. Toegankelijkheid en betaalbaarheid zijn hierbij leidend.
- Strenger toezicht op kwaliteit en veiligheid: Kinderopvang is een plaats van vertrouwen; daarom investeren we in regelmatige inspecties en duidelijke kwaliteitsnormen.
- Oplossen personeelstekort: Het tekort aan pedagogisch medewerkers wordt aangepakt door betere salarissen, lagere werkdruk en landelijke wervingscampagnes. Kinderopvang wordt zo weer een aantrekkelijk beroep.
Basisonderwijs en middelbare school
- Afschaffing vrijwillige ouderbijdrage: Geen enkel kind mag worden uitgesloten van schoolactiviteiten omdat ouders de bijdrage niet kunnen betalen. Onderwijs is een recht, geen privilege.
- Gratis boeken en devices: Alle noodzakelijke leermiddelen, zoals boeken en laptops, worden kosteloos verstrekt. Dit voorkomt ongelijkheid en garandeert dat elk kind toegang heeft tot dezelfde middelen.
- Schoolgeld afgeschaft of naar draagkracht: Basis- en middelbaar onderwijs wordt voor iedereen kosteloos toegankelijk. Eventueel schoolgeld wordt naar draagkracht berekend, zodat niemand wordt buitengesloten.
- Instroom rond vijf jaar: Het onderwijs sluit beter aan bij de ontwikkeling van het kind door instroom rond vijf jaar mogelijk te maken, met meer ruimte voor spel en beweging in de vroege leerjaren.
- Een leraar en een assistent per klas: In de kleuterklassen staan altijd een docent én een onderwijsassistent, zodat persoonlijke aandacht gegarandeerd blijft en de werkdruk beheersbaar is.
- Brede scholen stimuleren: Basisscholen krijgen de ruimte om kunst, cultuur en sport te integreren in het curriculum, zodat buitenschoolse opvang minder nodig is en kinderen veelzijdig kunnen groeien.
- Sport en beweging als norm: Elke schooldag bevat voldoende beweging: kinderen krijgen minimaal drie uur sport en bewegen per week, en schoolzwemmen wordt heringevoerd om ieder kind zwemvaardig te maken.
- Nieuwe waardering voor techniek en ambacht: Technische scholen en ambachtelijke opleidingen krijgen een hogere status. Het huidige hiërarchische VMBO wordt ontmanteld en vervangen door een systeem waarin praktische en cognitieve vaardigheden gelijkwaardig zijn.
- Geen identificatieverklaring: Bijzonder onderwijs blijft toegankelijk voor alle leerlingen, zonder dat er identificatieverklaringen worden gevraagd. Vrijheid van onderwijs blijft zo een reëel recht.
- Thuisonderwijs: Thuisonderwijs dient in Nederland als volwaardige keuze erkend te worden. Ouders krijgen de vrijheid hun kinderen zelf les te geven, terwijl de overheid via toetsmomenten en toegang tot leermiddelen de basisvaardigheden waarborgt. Zo wordt vrijheid verruimd en tegelijk achterstand en ongelijkheid voorkomen.
Onderwijs, identiteit, seksuele ontwikkeling en maatschappelijke neutraliteit
- Brede kennismaking met religies: Kinderen kunnen in het onderwijs spelenderwijs kennismaken met verschillende religies en levensbeschouwingen. Niet om ze aan te nemen, maar om ze te begrijpen.
- Neutraliteit voorop: Geen enkele overtuiging wordt opgelegd; onderwijs blijft neutraal en respectvol naar alle levensvisies. Dit bevordert wederzijds begrip en maatschappelijke samenhang.
- Mindfulness en bewustzijnsoefeningen: Scholen kunnen mindfulness en eenvoudige bewustzijnsoefeningen aanbieden. Onderzoek toont aan dat zij stress verminderen en concentratie vergroten9. Omdat zij losstaan van religieuze dogma’s, versterken ze juist de vrijheid en weerbaarheid van kinderen.
- Inclusiviteit en gender: Onderwijs dient uit te gaan van biologische feiten en kinderen te beschermen tegen ideologische indoctrinatie. Scholen bieden ruimte voor debat en meningsvorming, maar niet voor propaganda. Lesmateriaal van lobbygroepen met commerciële belangen in gendertransities hoort daar niet thuis. Deze uitgangspunten sluiten aan bij het hoofdstuk Inclusiviteit, gender en vrijheid, waar dit thema uitgebreider wordt behandeld.
- Seksuele voorlichting: Seksuele voorlichting dient leeftijds¬adaptief en respectvol te worden gegeven. Pas rond de vroege adolescentie (circa 12 à 13 jaar) komt er ruimte voor uitgebreide informatie over seksualiteit en relaties. Op jongere leeftijd ligt de nadruk uitsluitend op lichaam, respect en persoonlijke grenzen. Zo krijgen kinderen de juiste informatie op een moment dat zij er cognitief en emotioneel aan toe zijn20.
Hoger onderwijs en levenslang leren
- Studiegeld naar draagkracht: Studeren mag nooit afhangen van de portemonnee van de ouders. Het collegegeld wordt berekend naar draagkracht, zodat iedereen kan studeren.
- Basisbeurs structureel behouden: De heringevoerde basisbeurs blijft structureel bestaan en wordt waar nodig uitgebreid, zodat studenten niet met een schuldenlast beginnen aan hun volwassen leven.
- Meer begeleiding voor studenten: Studiekeuze, scripties en stages vragen meer persoonlijke aandacht. Universiteiten en hogescholen worden verplicht studenten hierin beter te begeleiden.
- Sterkere medezeggenschap: Studenten en docenten krijgen een zwaardere stem in het bestuur van onderwijsinstellingen. Zo wordt voorkomen dat managementbelangen de inhoudelijke koers bepalen.
- Afschaffing bindend studieadvies: Het bindend studieadvies legt een oneigenlijke druk op studenten. Onderwijsinstellingen krijgen de opdracht om studenten te ondersteunen, niet om ze af te rekenen.
- Levenslang leren: Volwasseneneducatie en vaardigheidscursussen worden een vanzelfsprekend onderdeel van het onderwijslandschap. Mensen kunnen zich op elke leeftijd blijven ontwikkelen.
Wetenschap en kennis
- Structurele investeringen in kennis: Nederland wordt weer een kennisland door miljarden extra te investeren in onderzoek en onderwijs. Dit versterkt innovatie en onafhankelijkheid.
- Fondsen uitbreiden voor onafhankelijk onderzoek: Wetenschappers krijgen ruimere toegang tot onderzoeksfondsen, zodat vernieuwende ideeën een kans krijgen.
- Controle op Big Tech en Big Pharma: Onafhankelijke panels van wetenschappers bewaken dat onderzoek niet wordt gestuurd door de belangen van grote bedrijven. Zo blijft wetenschap vrij en betrouwbaar.
- Meer ruimte voor toegepast onderzoek: Toegepaste wetenschap, beroepspraktijk en onderzoeksjournalistiek krijgen structurele steun, omdat zij een directe bijdrage leveren aan samenleving en democratie.
Kunst en cultuur
- Budget naar Europees niveau: Het cultuurbudget stijgt naar 1% van de rijksbegroting, een verhoging van circa 1 miljard euro. Kunst en cultuur worden zo stevig verankerd in de samenleving.
- Meer steun voor kunstenaars: Zelfstandige kunstenaars vormen de kern van onze culturele rijkdom, maar krijgen vaak de minste steun. Zij krijgen toegang tot ruimere fondsen, zodat hun werk tot bloei kan komen.
- Gratis toegang tot musea: Voor de Nederlandse bevolking worden musea gratis toegankelijk. Toeristen betalen het volle tarief, zodat de lasten eerlijk verdeeld worden.
- Digitalisering en openstelling van archieven: Historische archieven worden opengesteld en gedigitaliseerd. Kennis en erfgoed zijn gemeenschappelijk bezit en horen breed toegankelijk te zijn.
Media en internetvrijheid
- Anticensuurwet: Platforms en overheden mogen geen legitieme meningen blokkeren. Vrijheid van meningsuiting geldt ook online.
- Geen bestrijding van ‘desinformatie’ door de overheid: Wat vandaag als desinformatie wordt weggezet, kan morgen de waarheid blijken. Overheidscampagnes op dit vlak worden daarom afgeschaft.
- Nieuwe rol voor de publieke omroep: Publieke middelen worden ingezet voor educatie, pluriformiteit en maatschappelijke waarde. Amusement hoort thuis bij commerciële zenders.
- Steun voor kwaliteitsjournalistiek: Kranten, onderzoeksmedia en diepgravende journalistiek krijgen structurele steun, zodat het maatschappelijk debat breed en kritisch blijft.
Bronnen:
- Humboldt, Wilhelm von. Theorie der Bildung des Menschen. 1793.
- Steiner, Rudolf. Algemene menskunde als basis voor de pedagogie. 1924.
- Piaget, Jean. The Child’s Conception of the World. Routledge & Kegan Paul, 1929.
- Vygotsky, Lev. Mind in Society: The Development of Higher Psychological Processes. Harvard University Press, 1978.
- Freire, Paulo. Pedagogie van de onderdrukten. Lemniscaat, 1968.
- Nussbaum, Martha C. Not for Profit: Why Democracy Needs the Humanities. Princeton University Press, 2010.
- De Wit, Bob. Society 4.0. Vakmedianet, 2021.
- Gietelink, Ab. Alternatief! Onderwijs, wetenschap, media en cultuur. Vrij Alternatief, 2023.
- Zenner, C., Herrnleben-Kurz, S., & Walach, H. (2014). Mindfulness-based interventions in schools — a systematic review and meta-analysis. Frontiers in Psychology, 5, 603. https://www.frontiersin.org/journals/psychology/articles/10.3389/fpsyg.2014.00603
- Buijs, Laurens (2023, 18 januari). “Woke-cultuur bedreigt de academische vrijheid bij Sociale Wetenschappen.” Woke cultuur bedreigt de academische vrijheid bij sociale wetenschappen – Folia
- Folia (2023, 23 februari). “Studenten starten petitie tegen docent Interdisciplinaire Sociale Wetenschap.” https://www.folia.nl/actueel/155309/studenten-starten-petitie-tegen-docent-interdisciplinaire-sociale-wetenschap
- Folia (2023, 23 februari). “Complaint filed at UvA against ISW lecturer for remarks about corona vaccines.” https://www.folia.nl/international/155801/complaint-filed-at-uva-against-isw-lecturer-for-remarks-about-corona-vaccines
- Ioannidis, John P. A. (2005). Why Most Published Research Findings Are False. PLoS Medicine, 2(8), e124. https://journals.plos.org/plosmedicine/article?id=10.1371%2Fjournal.pmed.0020124
- UK national museums free admission reinstated under Labour government, 2001. Centre for Public Impact, 2016. https://centreforpublicimpact.org/public-impact-fundamentals/universal-free-admission-to-the-uks-national-museums
- Germany public cultural spending reaches 0.43% of GDP in 2020. Cultural Policies profile – Germany, 2023. https://www.culturalpolicies.net/wp-content/uploads/pdf_short/germany/Germany_short_062023.pdf
- French culture minister pledges €4.2 bn in cultural support for 2023. ScreenDaily, 2022. https://www.screendaily.com/news/french-culture-minister-pledges-42bn-in-cultural-support-for-2023/5174800.article
- Ray, B. D. (2017). A systematic review of the empirical research on selected aspects of homeschooling as a school choice. Journal of School Choice, 11(4), 604–621. https://doi.org/10.1080/15582159.2017.1395638
- Kunzman, R., & Gaither, M. (2020). Homeschooling: An Updated Comprehensive Survey of the Research. Other Education, 9(1), 253–336.
- Brewer, T. J., & Lubienski, C. (2017). Homeschooling in the United States: Examining the rationales, practices, and outcomes. Pro-Posições, 28(2), 85–103.
- Keogh, L. A., Newton, D., Bayly, C., & Temple-Smith, M. (2020). Intended and unintended consequences: General practitioners’ perspectives on early medical abortion in Australia. Reproductive Health, 17(1), 127. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC7699226/
- Rijksoverheid (2024). Rijksbegroting 2025, hoofdstuk VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Den Haag. https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/begrotingen/2024/09/17/viii-onderwijs-cultuur-en-wetenschap-rijksbegroting-2025/VIII%2BOnderwijs%2C%2BCultuur%2Ben%2BWetenschap%2BRijksbegroting%2B2025.pdf
- Rijksoverheid (2024). Begrotingsstaat Primair Onderwijs en Voortgezet Onderwijs 2025. Den Haag. https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/begrotingen/2024/09/17/viii-onderwijs-cultuur-en-wetenschap-rijksbegroting-2025/VIII%2BOnderwijs%2C%2BCultuur%2Ben%2BWetenschap%2BRijksbegroting%2B2025.pdf
- Rijksoverheid (2024). Begrotingsstaat Cultuur en Media 2025. Den Haag. https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/begrotingen/2024/09/17/viii-onderwijs-cultuur-en-wetenschap-rijksbegroting-2025/VIII%2BOnderwijs%2C%2BCultuur%2Ben%2BWetenschap%2BRijksbegroting%2B2025.pdf
- OCW-cijfers (2023). Totale uitgaven aan onderwijsinstellingen. Den Haag. https://www.ocwincijfers.nl/sectoren/onderwijs-algemeen/uitgaven/totale-uitgaven-aan-onderwijs
- Inspectie van het Onderwijs (2022). Ouderbijdragen en schoolkosten. Utrecht. https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2022/09/15/rapport-ouderbijdragen-en-schoolkosten
- Centraal Planbureau (2019). Onderwijs en personeelstekorten: kostenramingen. Den Haag. https://www.cpb.nl/publicatie/onderwijs-en-personeelstekorten
- Sociaal en Cultureel Planbureau (2018). Sport en bewegen in het onderwijs: kosten en effecten. Den Haag. https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2018/06/15/sport-en-bewegen-in-het-onderwijs
- Raad voor Cultuur (2020). Cultuur en onderwijs: investeringen en opbrengsten. Den Haag. https://www.raadvoorcultuur.nl/documenten/adviezen/2020/01/23/cultuur-en-onderwijs
- Kunzman, R., & Gaither, M. (2020). Homeschooling: An Updated Comprehensive Survey of the Research. Other Education, 9(1), 253–336. https://www.othereducation.org/index.php/OE/article/view/256
- Raad voor Cultuur (2021). Cultuurbegroting en internationale vergelijking. Den Haag. https://www.raadvoorcultuur.nl/documenten/publicaties/2021/09/30/cultuurbegroting-en-internationale-vergelijking
- Spangenberg, Monique (2024, 15 oktober). Hersenspoeling met Agenda 2030 in het middelbaar onderwijs. Gezond Verstand. Beschikbaar via: https://gezondverstand.eu/2024/10/15/hersenspoeling-met-agenda-2030-in-het-middelbaar-onderwijs